Wat is een IVF-behandeling? 


IVF staat voor 'in vitro-fertilisatie'. In vitro betekent buiten het lichaam, in het labo en fertilisatie betekent bevruchting. We hebben dus enerzijds eicellen nodig en anderzijds zaadcellen, om dan in het laboratorium de eicellen te kunnen in contact brengen met de zaadcellen.

De eicellen worden bekomen door het inspuiten van hormonale medicatie die de (voor die maand klaar zittende) follikels stimuleert om te groeien. Er is ook een tweede soort hormonale injectie nodig die de eigen ovulatie onderdrukt.
Wanneer de follikels voldoende groot zijn, zal een injectie gegeven worden om de finale stap van de uitrijping van de eicellen op te wekken.

36u na deze injectie gebeurt een eicelpunctie. Tijdens de eicelpunctie wordt, na (lokale) verdoving met sedatie, de echosonde ingebracht waarop een naald gemonteerd is. Via de vagina worden zo de follikels aangeprikt. Het vocht in de follikel wordt opgezogen en gaat in een buisje naar het laboratorium. In dat follikelvocht zitten de eicellen, die dan verder kunnen worden gebruikt in het labo.

Het zaadstaal wordt dezelfde dag aangemaakt of geleverd. Dit zaadstaal wordt opgewerkt (gezuiverd), waarna een 10.000 zaadcellen in 1 druppel worden toegevoegd aan de eicel. De zaadcel treedt zelf naar binnen in de eicel. Daarna sluit de eicel zich af voor de andere zaadcellen. Een dag later wordt de bevruchting nagekeken (wat gekenmerkt wordt door 2 poollichaampjes en 2 kernen). 


Ga naar verschil tussen IVF en ICSI


Bovenstaande informatie omtrent vruchtbaarheid/ fertiliteit is algemeen en mogelijks niet van toepassing op u persoonlijk. Elke patiënt is anders, maak daarom een afspraak voor individueel advies.